Interview met Gerlinda Heywegen en regisseur Bart Grimbergen

Bart Grimbergen, Haagse film -en televisiemaker, was al jaren gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog. Toch duurde het lang voordat hij er een film over zou maken. Nu is er Haags kind in de Tweede Wereldoorlog die in wereldpremière gaat in Filmhuis Den Haag. Een interview.

Grimbergen was samensteller bij televisieprogramma Man bijt hond en maakte films als Kap Nâh!! over Marnix Rueb, de tekenaar van stripheld Haagse Harry en Ach, wat lèg ik toch te dromen over het Haagse volkslied O, O, Den Haag van Harrie Jekkers. In 2020 maakte hij voor het Haagse Gemeentearchief een compilatie Den Haag in de Tweede Wereldoorlog van deels niet eerder vertoonde amateurbeelden. Eenmaal daarmee bezig ontdekte Grimbergen hoeveel er in Den Haag gefilmd is tijdens de oorlog en besloot hij er echt werk van te maken. Haags kind in de Tweede Oorlog is het resultaat.


01

Veel verhalen..

“Ik had nog nooit een verhaal over de oorlog gemaakt. Veel mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt zijn inmiddels overleden. Ik wilde graag vanuit het perspectief van kinderen werken, hoe zij de oorlog hebben beleefd. Dus ik moest snel zijn.

Door Geert-Jan Mellink van het Gemeentearchief was veel research gedaan, daar kon ik gebruik van maken. In Den Haag is veel gefilmd, meer dan in andere steden. Ik wilde zoveel mogelijk aspecten van de oorlog in mijn stad laten zien en daar zocht ik de mensen bij. Toevallig zijn er projecten geweest met Haagse kinderen in de oorlog, dat zijn uitgeschreven interviews. En er was een serie geweest van het Nationaal Toneel waarin acteurs verhalen van mensen voorlazen. Ook daar kon ik gebruik van maken. Ik had dus veel voorbeelden, veel verhalen van de mensen zelf, maar toen moest nog blijken of ze goede sprekers waren.”

Uiteindelijk besluit Grimbergen samen met cameraman en editor Robbert Bleys negen mensen, allemaal kind in de oorlog, te gaan filmen. Hij sprak ze in hun eigen huis en ging met een aantal ook de straat op, daar waar hun verhaal zich had afgespeeld. 

Charles Langeveld, 90 jaar op het moment van filmen, vertelt bijvoorbeeld dat hij heeft gezien hoe zijn Joodse klasgenootje werd opgepakt met zijn hele familie. De plek zien waar het gebeurde in plaats van er enkel over horen, maakt veel indruk. En dat is precies de reden waarom Grimbergen zo in het archiefmateriaal is gedoken. De beelden bij de verhalen moeten gezien worden. Soms heeft hij ze laten inkleuren, sommige foto’s waren dat al. Het maakt het nog echter, het haalt de oorlog dichterbij.


“Dat is ook de bedoeling,” aldus Grimbergen, “want we moeten blijven beseffen, sterker nog, we moeten er alles aan doen om te voorkomen dat dit ooit nog gebeurt. Nu met de oorlog zo dichtbij in Oekraïne voel ik dat nog sterker zo.”

Archiefmateriaal

In Haags kind in de Tweede Oorlog zijn afschuwelijke beelden te zien. Kinderen die tijdens de hongerwinter, ze zijn allemaal broodmager, in grote ketels hangen om er de laatste restjes soep uit te schrapen. Een vrouw die een samengebonden bos hout achter zich aan door de straat sleept om iets te stoken te hebben. Schrijnend is het en er is veel. Die verschrikkingen zijn onder andere gefilmd door amateurfilmer J.E.V Jurling, wiens archief is ondergebracht bij Museon. Hij legde het Joodse meisje in de Wagenstraat vast op film en de vele mensen die hun huizen moesten verlaten. 

Indrukwekkend in Grimbergens film zijn ook de beelden van een NSB’er die op de hoek van de straat kranten staat te verkopen. Of van Duitse militairen op het strand. Ze kijken zelfs recht in de camera. Als je weet dat het verboden was om ze te filmen, en dat voel je ook bijna als je het ziet, kun je je een fractie van de angst en dreiging in die tijd voorstellen. 

“Ik ben er heel dankbaar voor, voor dat materiaal,” zegt Grimbergen. We zullen nooit weten hoe Jurling het precies gefilmd heeft. Of hij zijn camera verborgen had of het zo out in the open schoot.”

Er is ook materiaal van Rudi Hornecker in de film opgenomen. Dat zijn bijvoorbeeld de beelden van de hongerwinter, die wereldwijd gebruikt worden. Grimbergen: “Ik heb lang niet geweten dat dat in Den Haag gefilmd was. Hornecker was in dienst van het Duitse leger en moest bijvoorbeeld ook de aanleg van de Atlantik Wall filmen. Gek genoeg kende ik dat verhaal van al die huizen die daarvoor afgebroken moesten worden niet zo goed. Op school is er nooit veel over de oorlog in Den Haag verteld, dat vind ik nog steeds gek. Het is toch schokkend: 12.000 Joodse mensen uit Den Haag, waarvan 2000 kinderen, zijn verdwenen, dood. Er is toch lang weggekeken, er werd niet of nauwelijks over gesproken. Er is nu wel een Joods monument (Rabbijn Maarsen plein, GH) maar dat staat er nog niet zo lang. Ik hoop dat de film op scholen wordt vertoond zodat kinderen meer van de oorlogsgeschiedenis van Den Haag te weten komen.”


01

Hoe heftig het was

Grimbergen zegt dat hij er zelf veel van heeft geleerd, van het maken van zijn film, van het researchen, het samenstellen. Hoe heftig het is geweest, hij zag het keer op keer tijdens zijn onderzoek en de montage. Ook voor de mensen die hij interviewde kwam het weer dichterbij. “Maar ook de oorlog in de Oekraïne maakt veel bij ze los. Ik heb ze kortgeleden nog eens gebeld, dat hoorde ik steeds terug. Ook daarom is het goed dat deze film vertoond wordt. We moeten goed opletten. Want we lullen wel ‘dit nooit meer’ maar je ziet het.” 

Hoewel Grimbergen een dwarsdoorsnede van Den Haag in de samenstelling van de mensen die hij interviewde biedt, was het plan om er nog twee te interviewen. “Ik heb nu iemand uit Duindorp, de Schilderswijk, Bezuidenhout enzovoorts maar ik had ook nog graag een Indonesisch kind gehad en een NSB-kind. Maar de Indonesische man die ik oorspronkelijk zou interviewen, wilde uiteindelijk niet meewerken. Het kind van NSB‘ers woont nu in Italië, vanwege corona viel hij ook af, ik kon hem niet filmen. Als je het niet weet, mis je het niet, maar ik had ze er graag bij gehad want ik ben zelf zo nieuwsgierig naar hun verhalen.”


Op de vraag welke beelden hem het meest raken, grijpt hij terug op die van de kinderen in de ketels tijdens de hongerwinter en die van direct na de oorlog, waarin je de “moffenhoeren” ziet. Daar wordt Grimbergen zelfs tijdens het gesprek nog stil van. “Ook die vrouwen moeten zo getraumatiseerd zijn.”

Toch zegt hij alweer snel dat hij altijd vooral een ‘mooi’ verhaal wil vertellen. In dit geval met een serieuze boodschap. “Er is zoveel over de oorlog te vertellen en het is allemaal belangrijk. Ik ben bij al die mensen langs gegaan, ik vind het heel interessant om naar ze te luisteren. Ik bel ze na afloop om te vragen hoe ze het ervaren hebben, of het gaat. 

Ik ben gewoon heel nieuwsgierig. En ik vind die Haagse tongval zo mooi, dat maakt het extra sterk. Bij Man bijt hond zei ik wel eens dat als je hetzelfde verhaal in het Haags laat vertellen, het meteen met een knipoog is, een beetje Engels doet het ook aan. Zo droog. Neem dat verhaal van die mevrouw die vertelt dat ze dachten dat er konijn gegeten werd terwijl het kat was. Dat. Ook zulke anekdotes moeten erin, het moet niet alleen maar zwaar, dan valt er niet naar te kijken en schiet het z’n doel voorbij. Om mensen door de film heen te helpen, moet je afwisselen.”


Vader

Aan het eind van het gesprek vertelt Grimbergen nog eens over waar zijn fascinatie waarschijnlijk vandaan komt. “Mijn vader is lang geleden overleden, in 1984. Hij was banketbakker. Ik denk dat hij deze film heel mooi zou hebben gevonden, hem graag had gezien. Hij was 23 jaar toen de oorlog begon. Heeft ondergedoken gezeten voor de razzia’s. Die zie je ook in de film. Dan sloten ze hele wijken af om mannen op te pakken om in Duitsland te gaan werken. Hij vertelde soms over de oorlog. Over het Jodendom. Dat had zijn interesse. De oorlog en hoe die zo heeft kunnen lopen, het was de grote vraag voor hem. Dat heb ik van hem.” 


Vrijheid

Bij Filmhuis Den Haag vertonen we rondom bevrijdingsdag een aantal programma's die in het teken staan van vrijheid. Bekijk op de vrijheid-pagina alles wat er te zien is rondom dit thema, dat zeker in deze tijd zo belangrijk is.

Voor je bezoek

Openingstijden

Van maandag t/m zondag is de kassa van 10.00 tot 22.00 uur open en ons café van 10.00 tot 00.00 uur. Kom dus heerlijk ontbijten, een kop koffie drinken, lunchen of vegetarisch dineren. We kijken ernaar uit!

Kassa

Info over tickets, prijzen en kadobonnen vind je op de bezoekerspagina. Vragen? De kassa is telefonisch (070-3656030) bereikbaar op dinsdag tot en met vrijdag tussen 11:00 en 12:00 uur. Je kunt ook een mailtje sturen naar kassa@filmhuisdenhaag.nl.

Veilig naar de film

Hoera, we mogen weer naar de film in een gevulde zaal! Bekijk de huidige huisregels en bereid je voor op je bezoek.