Louise Hémon
L'engloutie
In een geïsoleerd bergdorp botst een vooruitstrevende juf met bijgeloof en natuurkrachten, terwijl verlangen en angst langzaam het fragiele evenwicht verstoren.
Tijdens een gure winternacht in 1899 arriveert Aimée in een afgelegen bergdorp in de besneeuwde Franse Alpen. Ze is een jonge, vooruitstrevende juf, maar in deze door sneeuw en traditie geïsoleerde gemeenschap blijken geloof en legendes minstens even sterk als letters en cijfers. Ze laat zich door deze ontvangst niet afschrikken en gewapend met haar kennis wil ze het analfabetisme en het hardnekkige bijgeloof in het dorp doorbreken. Met elke sneeuwval groeit Aimées betrokkenheid en tegelijkertijd groeit in haar een intense, sensuele onrust. Wanneer een lawine een jonge dorpsbewoner meesleurt, kantelt de werkelijkheid en raakt het fragiele evenwicht verstoord. Wat volgt is een poëtisch, bevreemdend en soms beklemmend winters folk drama, waarin verlangen, angst en bijgeloof samensmelten met de overweldigende kracht van de natuur.
During a bleak winter night in 1899, Aimée arrives in a remote mountain village in the snow-covered French Alps. She is a young, progressive teacher, but in this community isolated by snow and tradition, faith and legends prove to be at least as strong as letters and numbers. Undeterred by this reception, she sets out to break through the illiteracy and stubborn superstition in the village. With every snowfall, Aimée's commitment grows, and simultaneously, an intense, sensual unease grows within her. When an avalanche sweeps away a young villager, reality tilts and the fragile balance is disrupted. What follows is a poetic, unsettling, and at times oppressive winter folk drama, in which longing, fear, and superstition merge with the overwhelming power of nature.