The Sound of Chaplin

Op 7 juli gaat de documentaire The Real Life of Charlie Chaplin in première. Een mooie aanleiding om in onze reeks The Sound of Cinema aandacht te besteden aan dit genie (en pionier van de filmkunst) met o.a. maar liefst 10 gerestaureerde speelfilms, een vitrine in het Filmhuis en een playlist!

“Niets is opwindender dan de melodieën te horen die je voor het eerst hebt gecomponeerd, en gespeeld door een 50-koppig orkest", schreef Charlie Chaplin in zijn autobiografie. Hoewel het al decennia lang over het hoofd wordt gezien, was Chaplin een ervaren muzikant die soundtracks schreef voor bijna al zijn films. En met succes: zijn muziek voor Limelight leverde hem een ​​Oscar op, Nat King Cole scoorde een enorme hit met het door Chaplin geschreven nummer Smile uit Modern times, Petula Clark met This is My Song uit The Countess from Hong Kong.

Chaplins gevoel voor muziek kwam voort uit een jeugd die doortrokken was van liederen en walsen uit de music hall. Hij speelde piano, viool en cello en omdat hij geen noten kon lezen, bespeelde hij al zijn instrumenten op het gehoor. 

Een beslissende factor voor Chaplin om echt te gaan componeren was de introductie van de geluidsfilm in 1927. Voor de introductie van geluid koos Chaplin zelf de muziek die bij zijn films in de bioscopen zou worden gespeeld. Nu geluid en muziek op de geluidsband moest worden opgenomen was hij bang die controle te verliezen. Omdat hij geen heil in de sprekende film zag, besloot hij zijn film City Lights (1931) consequent zonder dialoog te maken maar wel met eigen muziek (en geluidseffecten).

01
02
03
04
05
06
07
08
09
10

Zijn eigen interpretatie van de geluidsfilm was zo succesvol dat hij zijn eerdere zwijgende films opnieuw in roulatie bracht met eigen muziek op de geluidsband . Zo verwierf The Gold Rush, oorspronkelijk gemaakt in 1925, zijn score in 1942.

Omdat Chaplin geen noten kon lezen, moesten hij zijn muzikale fantasieën neuriën en laten  orkestreren door zijn medewerkers of componisten als Lambert Williamson (The Circus, 1928), David Raksin (Modern times, 1936), Meredith Willson (The Great Dictator, 1940) en Max Terr (The Gold Rush, 1942). De laatste twee ontvingen Oscarnominaties voor hun muzikale bewerkingen van Chaplins muzikaliteit. In de jaren ‘30 zat Chaplin’s carrière in een zware dip. Met The great Dictator (1940) zag hij dé oplossing: “Als Hitler kon ik de menigte toespreken in brabbeltaal en praten wat ik wilde. En als zwerver kon ik min of meer zwijgen”. Een Hitler-verhaal was een laatste kans voor zijn geliefde burlesque en pantomime. 

Begin jaren vijftig werd Chaplin tijdens de McCarthy processen beschuldigd van "anti-Amerikaanse activiteiten" (dat hij een communist zou zijn). Tijdens de promotie in 1952 van zijn film Limelight in Engeland besloot hij na problemen met de Amerikaanse immigratiedienst niet meer naar de Verenigde Staten terug te keren. Hij vertrok naar Zwitserland waar hij in 1977 overleed.

The Real Charlie Chaplin

Decennialang was hij de beroemdste man op aarde, voor wie enorme mensenmassa’s op de been kwamen. Dit is het ultieme portret van de mens achter de legendarische filmmaker. Vanaf 7 juli in Filmhuis Den Haag.

Binnenkort ook in het Filmhuis: Chaplin klassiekers

Luister naar de romantische en orkestrale muziek die Chaplin zelf voor zijn films componeerde

Alleen piano vond hij wat armoedig dus koos hij, als het maar even kon, voor een groot orkest. Het ontbreken van de dialoog in veel van zijn films, zorgt ervoor dat die muziek een nog belangrijker rol speelt. Tijdloos als deze composities zijn, veroorzaken zij nog steeds een lach en een traan.

Altijd weten wat er speelt? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.